Feestelijke uitreiking OBA Open Podium-bundel 2016

Het was weer een feestelijke gebeurtenis: De uitreiking van de 13e OBA Open Podium-bundel op 27 januari 2017 in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) onder de altijd bezielende leiding van presentator Jos van Hest.

In de bundel waren van 56 auteurs bijdragen opgenomen. Het gaat om dichters en prozaschrijvers die door het hele jaar heen op het OBA Open Podium hadden voorgedragen. Deze middag zouden zij hun bijdrage voor de bundel ten gehore brengen.

Verder vertelde OBA-directeur Martin Berendse over de plannen van de Openbare Bibliotheek Amsterdam en las gastdichter Co Woudsma voor uit eigen werk.

Drie jongemannen met klarinet, gitaar en contrabas (Casares, Polygenis, Karoutzos) zorgden voor die speciale sfeer die de uitreiking van de bundel extra cachet gaf.

Open podium voor kinderen

Martin Berendse, de directeur van de OBA, opende het festijn en bracht in herinnering dat de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam alweer 10 jaar op het Oosterdok zat. Volgens hem werd het tijd voor vernieuwing, zowel fysiek, als inhoudelijk. Hij vertelde dat er wordt nagedacht over de plaats van de poëzie in het gebouw. Die zou toegankelijker moeten worden. Misschien zou het OBA Open Podium van de tweede verdieping naar de eerste gaan. Daarnaast kondigde hij aan, dat de OBA misschien ook een open podium voor kinderen gaat organiseren. Dat laatste werd met applaus begroet.

Martin Berendse, directeur OBA

Martin Berendse, directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA)
Foto: Jan ter Heide

Co Woudsma

Hierna overhandigde Martin Berendse de eerste bundel aan Co Woudsma, de gastdichter die speciaal voor deze gelegenheid was aangezocht. Zijn gedicht over bevers, dat hij in opdracht van Biesboschcentrum Dordrecht had geschreven, stond achterop de uitnodiging en begon met de saillante zin: “Ons leven is een knagen”.

Als antwoord op een vraag van presentator Jos van Hest gaf Co Woudsma toe dat voor hem niet alleen het leven een knagen was, maar ook het dichten zelf was voor hem een moeilijk proces: “niet leuk”. Het resultaat daarentegen vond hij des te bevredigender. Co Woudsma bekende dat hij graag zijn eigen gedichten las. Voor hem ging het bij poëzie om beeldende taal en je moest als dichter wel met het oog van de ander je gedichten kunnen lezen. Op verzoek van Jos van Hest las hij uit zijn bundel Hoogste zomer zijn kortste gedicht voor:

Uit bad

Zo ik ben weer schoon
Behalve dan mijn ziel
daar kon ik niet goed bij.

Co Woudsma

Dichter Woudsma en presentator Jos van Hest

Presentator Jos van Hest (r) in gesprek met gastdichter Co Woudsma (l).
Foto: Jan ter Heide

Ontmoetingsplek voor dichters en publiek

In zijn voorwoord bij de bundel licht Jos van Hest toe wat het OBA Open Podium wil zijn: “Een ontmoetingsplek waar dichters en publiek elkaar vinden en steeds scherpere oren krijgen voor de mogelijkheden van poëtische taal.” Het gaat daarbij, zo bleek ook deze keer weer, niet alleen om poëzie, maar ook om andere taaluitingen, zoals korte stukken proza. “Eigenlijk alles wat geschreven wordt”, lichtte Jos na afloop toe. Ook is het in eerste instantie niet belangrijk hoe mooi of hoe goed het gedicht of verhaal is, maar het gaat om de uiting zelf en om “het ontvankelijk worden, het openstaan voor groei.”

Juist in de diversiteit van die persoonlijke en unieke taaluitingen, in de bonte schakering, komt het OBA Open Podium tot zijn recht. Dit bleek ook weer op zaterdag 27 januari.  Zo las de eerste voorlezer van de middag, Ankie Labrie, een gedicht over de dood. Andere onderwerpen waren onder andere heimwee, Amsterdam West, La Place, Christus in Aleppo. Verder was er een bijzonder gezamenlijk optreden van de dichters Aurora Guds en Edith de Gilde waarbij het publiek gedichten over dames en heren te horen kreeg.

Aurora Guds en Edith de Gilde

Dichter Aurora Guds en dichter Edith de Gilde doen een gezamenlijke voordracht.
Foto: Jan ter Heide

Daarnaast konden wij die middag luisteren naar een gedicht dat bestond uit zelfverzonnen taal, een bijstandskookboek, een herfstlied en een jaargesprek. En dan waren er ook nog verhalen over Vietnam, vluchtelingen en een stukje van een roman. Verder kregen wij ook nog drie bijzondere filmpjes te zien die de gedichten van respectievelijk Aurora Guds, Paul Roelofsen en Linda Maters (Christus in Aleppo) kracht bijzetten.

Ten slotte was er nog veel meer moois dat ik hier door ruimtegebruik niet kan benoemen. Ik wil op deze plek alleen nog een paar voor mij opvallende strofen en gedichten citeren. Om te beginnen citeer ik hier graag de laatste strofen van het gedicht ‘Donderdag, half tien’ van Kevin Barnas:

Venkelthee staat af te koelen
tot drinkbaar. Een verstorende
reclameboodschap leidt de stilte in.

Mijn laptop ruist, de cursor
knippert me vragend aan. Welke
woorden zullen er in
de volgende regel staan?

Het gedicht dat Kees Godefrooij voorlas, citeer ik graag in zijn geheel:

Overpeinzing

Soms zitten er weinig uren
in een dag, dan pas je goed

op je tellen maar ontbreekt
de leegte die zich achteloos

laaft aan het ruisen van bomen
het kletteren van de regen

op het zinken dak van een
veranda, of het kabbelen

van een stroompje dat plotseling
ontstaat en de bedding vormt

van iets goeds, iets ongrijpbaars

Kees Godefrooij

Dichter Kees Godefrooij

Dichter Kees Godefrooij leest zijn gedicht ‘Overpeinzing’
Foto: Jan ter Heide

Ook mooi vond ik de volgende strofen uit het gedicht ‘In een complot’ van Géraldine Bankcaenen:

“onderweg
achteloos de eenzaamheid bewaard in mijn
winterjas
zie ik de telegraafpalen zoals ik ze zag
toen ik uit school naar huis liep in de late namiddag
op de draden zaten zwaluwen
op de bevroren draden zaten ze roerloos
in de schemer van de winterdag

Als in zwarte inkt geschreven woorden”

Aansprekend vond ik het korte statement uit het gedicht ‘Het Matulaansepad’ van Gökhan Aksoy:

Geweren maaien grassprieten
in het Matulaanseplantsoen

Dichter Gökhan Aksoy

Dichter Gökhan Aksoy leest zijn gedicht ‘Het Matulaansepad’
Foto: Jan ter Heide

Tenslotte wil ik hier nog graag citeren het geestige, beknopte gedicht dat Jeannine van Dijck voorlas:

Bijstandskookboek

Is de kool
wat dor of rot
een saus
zal ’t verbloemen

Is de talbot
niet meer fris
met kruidenmix
proef je niks

Jeannine van Dijck

Ik zou nog zoveel meer willen citeren, maar mijn blog is nu al te lang. Daarom sluit ik af met een korte, welgemeende conclusie: Het was een bijzondere aan verbeelding rijke namiddag die zaterdagmiddag in de Centrale Openbare Bibliotheek Amsterdam.

DELEN VIA SOCIAL MEDIA? GRAAG!
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Joyce Hes (1946), jurist, publicist, moeder en oma schrijft al vanaf haar achtste levensjaar gedichten en heeft diverse dichtbundels op haar naam staan, waaronder ‘Kwijt’ en ‘Keer op keer’. Met haar gedichten treedt zij regelmatig op in haar woonplaats Amsterdam en daarbuiten.

Geplaatst in Nieuws, Verslag Getagd met , , , , ,