Zwart op wit, haiku’s

In 2015 debuteerde de Vlaamse dichter en schrijver Luk Gybels met de haikubundel Het kleine meisje dat meisjes tekent. Deze bundel bevat talrijke haiku’s met humor, ontroering en taalspel.

Zo’n origineel, sterk en uniek debuut schept hoge verwachting voor wat zou volgen. Heeft Luk Gybels met zijn tweede bundel, Zwart op wit, haiku’s, deze verwachtingen weten in te lossen?

Eerste lezing teleurstellend

Om heel eerlijk te zijn, was mijn eerste lezing van Zwart op wit, haiku’s een teleurstellende ervaring. Mijn eerste indruk was, dat de haiku’s in deze tweede bundel minder rijk waren aan de kwaliteiten die zijn debuutbundel zo bijzonder maakte.

Met een onbevredigend gevoel heb ik de bundel in mijn boekenkast geplaatst, tot ik eindelijk tijd vond om deze blog te schrijven. Als voorbereiding heb ik Zwart op wit, haiku’s herlezen en ik moet nu volledig terugkomen op mijn oorspronkelijk harde oordeel.

Humor, taalspel, ontroering

Zoals ik hierboven al aangaf, was de combinatie van humor, taalspel en ontroering wat mij zo aansprak in de debuutbundel van Luk Gybels. Deze aspecten vond ik in eerste instantie niet terug in de haiku’s van zijn tweede bundel, maar ik weet nu dat dit kwam omdat ik onzorgvuldig las. Bij herlezing ontdekte ik namelijk voldoende haiku’s met de genoemde kwaliteiten.

Een mooi voorbeeld van een haiku met humor:

met gemak rent ze
de hoogste bergtop over –
de vlieg op het scherm

In de volgende haiku speelt de dichter zeer effectief met de dubbele betekenis van het woord ‘perspectief’:

zonder perspectief
de tekening van de uk
vanuit zijn perspectief

In de debuutbundel van Luk Gybels stonden ook een aantal haiku’s die door gerichte associatie een bepaalde emotie wisten op te wekken. Ook in Zwart op wit, haiku’s zijn hier voldoende voorbeelden van te vinden. Ik citeer hier enkele van dergelijke associatieve haiku’s die mij persoonlijk zeer aanspreken.

op de koelkastdeur
kiekjes van haar dochtertje
en een eettabel

in de laatste doos
verlaat haar rustiek klokje
tikkend het rusthuis

het vuurwerk begint –
drie asielzoekers houden
een taxi aan

Er is echter meer dat ik bij herlezing ontdekte. In zekere zin is Zwart op wit, haiku’s namelijk een meer volwassen bundel dan de debuutbundel van Luk Gybels. Dit zal ik hieronder toelichten.

Dichten zonder vangnet

Het lijkt erop dat de dichter er nu meer op durft te vertrouwen dat zijn haiku’s bij de lezer ontroering weet op te wekken puur door het beeld dat de haiku oproept. Dit klinkt wellicht wat zweverig en daarom citeer ik hieronder een paar haiku’s uit de bundel die illustreren wat ik bedoel.

nauwelijks zichtbaar
tussen de witte bloesems
het blauw van de lucht

op de tombe
tussen oeroude bomen
onleesbare runen

gestalde fietsen –
in hun achterlicht weerkaatst
de ochtendzon

De ontroering die deze haiku’s mogelijk bij de lezer opwekken, is vergelijkbaar met de ontroering die een goede foto kan opwekken. De dichter observeert iets dat hem ontroert en door zijn vakmanschap slaagt hij erin om zijn observatie effectief in een haiku tot uitdrukking te brengen.

Echter voor waardering van dit soort haiku’s is de dichter voor de rest volledig afhankelijk van de smaak van de lezer. Het is een puur esthetisch genoegen. Vindt de lezer het beeld ‘niet mooi’, dan mislukt de haiku. Er is immers geen humor, taalspel of gerichte associatie om op terug te vallen. Daarmee neemt de dichter een bewust risico. Het is dichten zonder vangnet. Als voorbeeld nog een haiku uit de bundel.

de schaduw op de muur
danst mee met de handdoek
die te drogen hangt

Ook bij deze haiku slaagt Luk Gybels erin om zijn observatie effectief in een haiku vast te leggen. Vaktechnisch is deze haiku prima in orde en toch spreek hij mij minder aan. Dat heeft puur met mijn eigen smaak te maken. Het beeld spreekt mij niet aan en daarom kan ik niet genieten van deze haiku.

Ongetwijfeld zijn er mensen die het beeld wel ‘mooi’ vinden. Voor deze lezers is het wel een geslaagde haiku. Dit is wat ik bedoel met ‘dichten zonder vangnet’.

Afwijking van 5/7/5-stramien

Verder blijkt uit zijn tweede haikubundel dat Luk Gybels ook als vakman is gegroeid. Dit blijkt uit een aantal zaken. In de eerste plaats viel mij op dat Luk Gybels nu veel vaker van het klassieke 5/7/5-stramien durft af te wijken. Beginnende haiku-dichters raad ik altijd aan om zich zoveel mogelijk aan dit stramien te houden. Het stramien geeft houvast en het dwingt je om lang genoeg over je gedicht na te denken.

Luk Gybels is allang geen beginnende haikudichter meer en terecht gaat hij veel losser om met het stramien. Veel van zijn gedichten uit Zwart op wit, haiku’s kennen versregels met één lettergreep minder of meer, zonder dat dit storend is. De grootste afwijking zit in de volgende haiku.

januari –
de kerstbomen zijn weer
gewoon spar

Vaak sluit de afwijking van het stramien aan bij de inhoud van gedicht. In de volgende haiku weet Luk Gybels bijvoorbeeld het moment effectief te verlengen door de tweede versregel één lettergreep extra te geven. Omdat de eerste versregel een lettergreep minder heeft, blijft deze haiku toch dicht bij de klassieke haikuvorm van 17 lettergrepen.

tuin vol schaduw –
nog één kleine tel en de zon
scheert boven de haag

Nog een voorbeeld waarbij de afwijking van het 5/7/5-vorm perfect aansluit bij de inhoud van het gedicht.

in haar beurs
enkel nog een muntje
voor de winkelkar

Het tekort aan lettergrepen sluit prachtig aan bij het tekort aan financiële middelen van de hoofdpersoon uit dit gedicht.

Uitgebreider gereedschapskist

Naast het spelen met het aantal lettergrepen maakt Luk Gybels in zijn tweede bundel ook gebruik van een aantal andere nieuwe technieken. Luk Gybels heeft zijn gereedschapskist uitgebreid en hij weet zijn nieuwe moersleutels, schroevendraaiers en schuurpapier effectief te gebruiken. Ook dat is een teken van een groeiende vakmanschap.

Nu was ik van plan hier deze nieuwe technieken te benoemen, maar ik heb besloten dat niet te doen. In plaats hiervan zal ik hieronder een aantal haiku’s citeren die een bepaald stijlmiddel gemeenschappelijk hebben. Ik wil aan de lezer vragen om te bepalen om welk stijlmiddel het hier gaat en wat het effect is van het gebruik van dit stijlmiddel. Je antwoord kan je als opmerking plaatsen bij de Facebookpost die hoort bij deze blog.

Hier komen de haiku’s:

ze zijn er weer –
hoog in de lucht nemen ze
afscheid in een v

laatst stond hij er nog
nu is hij met zijn schaduw
uit het park gevoerd

felrood worden ze –
nog voor een kille wind hen
van de esdoorn plukt

eindejaarsvuurwerk –
onder tafel ondergaat hij
jankend het feest

Moraal

Oordeel niet te snel. Dat is kort samengevat de moraal van dit verhaal. Ik weet, dat is een cliché, maar soms is het goed om herinnerd te worden aan levenswijsheden die zo voor de hand liggen, dat je soms vergeet er naar te leven. Dat was hier bijna gebeurd. Had ik direct na eerste lezing deze blog geschreven, dan was deze recensie veel minder positief uitgevallen. Gelukkig lag er een lange periode tussen de eerste lezing en het moment dat ik tijd vond om deze blog te schrijven. Hierdoor werd ik gedwongen om de haiku’s te herlezen en mijn oordeel bij te stellen.

Waar verkrijgbaar?

Wie in Hasselt woont, kan de bundel aanschaffen in Standaard Boekhandel gelegen in het centrum van deze gemeente. Misschien dat sommige andere offline kwaliteitsboekhandels deze interessante bundel ook op voorraad hebben, maar welke winkels dat zijn, durf ik hier niet met zekerheid te zeggen. Daarom raad ik iedereen die elders woont aan, om de bundel online te bestellen via de volgende link: Zwart op wit, haiku’s.

Gerelateerd:

Wat is een haiku?

Haiku’s

DELEN VIA SOCIAL MEDIA? GRAAG!
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Robin Kerkhof is de hoofdredacteur van het online totaalconcept Poëzie verrijkt het leven. Hij heeft een passie voor poëzie en leest graag aansprekende gedichten van interessante dichters. In zijn vrije tijd schrijft hij ook zelf zo nu en dan een gedicht.

Geplaatst in Dichters, Opinie, Recensie Getagd met