Gedicht van Charlotte van den Broeck

VIII

niet overhellen, nu de avond het licht en ons de adem afknelt
stootblauw het vel, aangeslagen oorlogstrommel van wat faalt in ons
het huis laat zich verdelen in bananendozen en bezittelijke voornaamwoorden
de boekenkast in links en rechts
van jou de landkaarten, de Russen en het oeuvre van Márquez
ik krijg woordenboeken in alle talen, de biografieën van dictators
en ja, de poëzie, die juist nu hardnekkig staat te zwijgen, je vraag nog:
welke vogel stak alweer de snavel in zijn eigen borst?
ik kan niet op de pelikaan komen
weet nu dat rouw begint bij het stoten van de ellenboog
een doortrekt tot in de vingertoppen
om nieuwe aanrakingen vooraf al te verdoven

Charlotte van den Broeck (1991)


Over het gedicht

Bovenstaande gedicht is typerend voor de poëzie van Charlotte van den Broeck: intiem van aard, vormgegeven met lange woordenstromen waarvan de betekenis zich met herlezen openbaart.


Bronvermelding:

Bovenstaande gedicht van Charlotte van den Broeck hebben wij overgenomen uit:

Charlotte van den Broeck, 2017, Nachtroer, Amsterdam: De Arbeiderspers


Gerelateerd:

Gedichten


DELEN VIA SOCIAL MEDIA? GRAAG!
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Boeken algemeen