Gedicht Mei van Herman Gorter

Het belangrijkste werk van de 19e eeuwse dichter Herman Gorter is zijn lange gedicht Mei. Het gedicht telt maar liefst 4381 versregels. Dat staat gelijk aan circa 150 pagina's in boekvorm. De eerste regel 'Een nieuwe lente en een nieuw geluid' is één van de meest geciteerde beginregels uit de Nederlandse poëzie.

Om een beeld te geven van het gedicht Mei, publiceren wij hieronder twee fragmenten: het eerste fragment bevat de eerste 20 regels van het gedicht en het tweede fragment bevat de laatste 20 regels. Wij hebben voor deze twee fragmenten gekozen om ook de rondheid van het gedicht te illustreren.

Fragment 1

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht -
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In 't bosje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald' over de bruggen, op den wal
Van 't water, langzaam gaande, overal
Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,
Talmde een poze wijl de jongen floot.
...

Fragment 2

...
Zongen en zongen ze het lijkmisbaar.
Totdat we kwamen aan de zeezoom, waar
Zij 't eerst geland was, daar hielden wij stil.
De duinen werden vol en het geril
Van 't eeuwig brandend water stond vol ook,
Lichte gestalten, als verlichte rook
Zweefden er boven ons ook vele om.
Toen speelden eerst de gnomen op hun trom
En toen de elven op hunne cymbalen,
Toen Tritons, toen wij alle saam, verhalen,
Lange verhalen zang en droefenis.
Toen werden de uren van hun taak gewis
En zetten haar daar neer en lieten mij
Met haar alleen en gingen in een rij,
En zagen met de andren samen toe.
Ik droef een graf waar golven komen toe-
Dekken het zand en legde haar daar neer,
Daarover zand: de golven komen weer
En dalen weer met lachen of geschrei -
Daar ligt bedolven mijne kleine Mei.


LEESTIPS

Herman Gorter




Over het gedicht

Het gedicht Mei is ontstaan tussen augustus 1886 en november 1888. De eerste uitgave in boekvorm van het gedicht Mei van Herman Gorter stamt uit 1889.

Het gedicht was voor de 19e eeuwse Nederlandse literatuur zeer vernieuwend. Om die reden was de ontvangst aanvankelijk wisselend. Jonge en naar-vernieuwing-snakkende recensenten waren enthousiast terwijl oudere en meer conservatieve critici moeite hadden met de overdaad aan beelden. Vaak vonden zij het gedicht ook verward.

De jaren daarna veranderde echter de algemene opinie en werd het gedicht door steeds meer mensen gewaardeerd. Tegenwoordig geldt het gedicht Mei als een van de belangrijkste meesterwerken uit de Nederlandse poëzie.


TIP: Het lange gedicht 'Mei' van Herman Gorter zit vol poëtische beelden en is ook voor de hedendaagse lezer een heerlijk gedicht.

Gerelateerd:

Herman Gorter

Bekende gedichten

Gedichten


Bronvermelding:

Bovenstaande fragmenten uit het gedicht 'Mei' van Herman Gorter hebben wij overgenomen uit een recente heruitgave van het beroemde gedicht:

Herman Gorter, 2010, Mei - Rainbow essentials 68,  Amsterdam: Uitgeverij Rainbow bv 


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


GEDICHTENBUNDELS


Advertentie