Rouwgedicht van
Hieronymus van Alphen


Klagt van den kleinen Willem op de dood van zijn zusjen

Ach! mijn zusjen is gestorven,
   nog maar veertien maanden oud.
‘k Zag haar dood in ’t kisje liggen:
   ach wat was mijn zusje koud!
‘k Riep haar toe: mijn lieve Mietje!
   Mietje! Mietje! maar voor niet.
Ach! haar oogjes zijn gesloten;
   schreien moet ik van verdriet.
Altoos wil ik om haar treuren,
   bloempjes strooien op haar graf:
Weenend aan de kusjes denken,
   die mij ’t lieve meisje gaf.
Morgen zal ik – maar voor mij ook
   is ’t gevaar van sterven groot.
Gistren liep zij met mij speelen;
   gistren nog! en nu – reeds dood!

Hieronymus van Alphen (1746 – 1803)


Over het gedicht

De dichter Hieronymus van Alphen schreef veel gedichten voor kinderen. De meeste van deze gedichten zijn voor hedendaagse lezers onverdraagzaam moralistisch van toon. Bovenstaande rouwgedicht is een uitzondering.

Niet alleen probeert in dit gedicht een jongetje wanhopig om te gaan met de dood van zijn zusje, maar door haar dood beseft hij ook zijn eigen sterfelijkheid. Het is eigenlijk best wel heftig rouwgedicht, zeker voor kleine kinderen.


Bronvermelding:

Bovenstaande gedicht hebben wij overgenomen uit:

Hieronijmus van Alphen, 1998, Kleine Gedigten voor Kinderen, Amsterdam: Polak & Van Gennep


Gerelateerd:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF