Gedicht van Jolies Heij – Hoveling bij kaarslicht

Het volgende gedicht van Jolies Heij hebben wij overgenomen uit de verzamelbundel ‘Van het Oosterdok 2014’. Jolies Heij las dit gedicht voor tijdens de presentatie van deze bundel.

Hoveling bij kaarslicht

We huisden in het café bij regen:
een nurkse buikdanseres probeerde
een spreekpop uit. Verderop lagen
massagraven te weken. De kroegbaas

jammert alsof ik hem versta. Even later
wil hij dineren bij kaarslicht, daarna
de wax op mijn billen laten sissen.
Ik vraag of het normaal is dat mijn

kozakkenman een laars in mijn mond plant
giftig zaad in mijn tepelkloven spuit.
Soms praten wij met elkaar. Als hij het

doet, doet hij het zeker en vlug, al is
de afwerking wat stug. Normaal is het
niet, zegt mijn hoveling, maar wel nobel.

Over het gedicht

Jolies Heij geeft toe, dat zij weleens een relatie heeft met een slechte man. Haar gedicht ‘Hoveling bij kaarslicht’ gaat over zo’n man. Het gedicht is een mooi voorbeeld van een modern sonnet.


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


GEDICHTENBUNDELS

Zoekt u een gedichtenbundel? Kijk eens in onze webshop.


DELEN VIA SOCIAL MEDIA? GRAAG!
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail