Gedicht van Piet Paaltjens


Aan Rika

Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die den trein
Waar ik mee reed passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.

En toch, zij duurde lang genoeg om mij
Het eindloos levenspad met fletsen lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.

Waarom ook hebt gij van dat blonde haar,
Daar de engelen aan te kennen zijn? En dan,
Waarom blauwe oogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!

En waarom mij dan zoo voorbijgesneld,
En niet, als ’t weerlicht, ’t rijtuig opgerukt,
En om mijn hals uw armen vastgekneld,
En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?

Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder helsch geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?

Piet Paaltjens


Over het gedicht

Het gedicht Aan Rika van Piet Paaltjens verscheen voor het eerst in zijn bundel Snikken en grimlachjes uit 1867. Het is één van de eerste Nederlandstalige gedichten waarin een trein figureert.

In het gedicht maakt Piet Paaltjens volop gebruikt van het stijlmiddel overdrijving. Het gedicht geeft namelijk een sterke overdreven weergave van de romantische liefde. De overdrijving maakt het idee van de romantische liefde belachelijk.


Bronvermelding:

Het gedicht Aan Rika van Piet Paaltjens hebben wij overgenomen uit de volgende heruitgave van Snikken en grimlachjes:

Piet Paaltjens, 1998, Snikken en grimlachjes, Amsterdam: Em. Querido’s Uitgeverij B.V.


Gerelateerd:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF