Gedicht van Vondel – 1

Het volgende gedicht is geschreven door Joost van den Vondel (1587 – 1679), die ook wel bekendstaat als ‘de prins der dichters’.

KINDER-LYCK

Constantijntje, t’ zaligh kijntje,
   Cherubijntje, van om hoogh,
D’ydelheden, hier beneden,
   Vitlacht met een lodderoogh
Moeder, zei hy, waarom schreit ghy?
   Waarom greit ghy, op mijn lijck?
Boven leef ick, boven zweef ick,
   Engeltje van ’t hemelrijck:
En ick blinck’ er, en ick drincker,
   ’t Geen de schincker alles goets
Schenckt de zielen, die daar krielen,
   Dertel van veel overvloeds.
Leer dan reizen met gepeinzen
   Naar pallaizen, uit het slick
Dezer werrelt, die zoo dwerrelt.
   Eeuwigh gaat voor oogenblick.

Over dit gedicht van Vondel

In zijn hele lange leven heeft Joost van den Vondel vier van zijn kinderen zien sterven voordat hij zelf overleed:

  • in 1618 begroef Joost van den Vondel een kind waarvan verder geen gegevens bekend zijn;
  • in 1632 of 1633 overleed zijn pasgeboren zoontje Constantijn. Hierover gaat bovenstaande gedicht;
  • in 1633 overleed zijn dochter Sarah die op dat moment 8 jaar oud was. Ook naar aanleiding hiervan heeft Joost van den Vondel een gedicht geschreven;
  • in 1660 overleed zijn zoon Joost junior op 47-jarige leeftijd tijdens een reis naar Oost Indië.

Zijn gedichten over het overlijden van zijn zoontje Constantijn en zijn dochtertje Sarah zijn waarschijnlijk de meest intieme en persoonlijke gedichten uit het oeuvre van Joost van den Vondel.

Rijmen

Vermoedelijk is er binnen de Nederlandse poëzie geen tweede gedicht te vinden dat zo rijk is aan rijm als bovenstaande gedicht van Joost van Vondel. In dit gedicht staan maar liefst 28 rijmwoorden met 12 verschillende rijmklanken op een totaal van 16 regels en 75 woorden. Joost van den Vondel weet deze enorme rijmdichtheid te bereiken door op een slimme manier gebruik te maken van zowel eindrijm als middenrijm.

Het effect is dat het hele gedicht iets kinderlijks krijgt (wat iets anders is dan kinderachtig). Deze kinderlijkheid past uitstekend bij de inhoud van het gedicht. Dit gedicht van Vondel gaat immers over een gestorven baby dat als cherubijntje vanuit de hemel zijn moeder troostend toespreekt.

Deze plafondschildering van Andrea Mantegna (1431 - 1506) is waarschijnlijk nooit gezien door Joost van den Vondel, maar het is wel een mooie illustratie van zijn gedicht.

Deze plafondschildering van Andrea Mantegna (1431 – 1506) is een mooie illustratie van het engeltje (cherubijntje) uit het gedicht van Vondel dat vanuit de hemel naar beneden kijkt.

Bronnen:

Bovenstaande gedicht van Vondel hebben wij overgenomen uit:

Dr. Victor E. van Vriesland, 1979, Spiegel van de Nederlandse Poëzie, Elfhonderd tot negentienhonderd, Amsterdam: Meulenhoff Nederland bv


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


GEDICHTENBUNDELS

Zoekt u een gedichtenbundel? Kijk eens in onze webshop.


DELEN VIA SOCIAL MEDIA? GRAAG!
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail