Middeleeuws liefdesgedicht

Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn,
Het sceen teen moeste ghestorven sijn.

Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnenscijn.
Alle vruecht es di ghegheven.

Egisidus, waar bestu bleven?

Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors de doot, du liets mi tleven.

Nu bidt vor mi, ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn:
Verware mijn stede die beneven!
Ic moet nog zinghen een liedekijn,
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.

Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors de doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn

Anoniem (14e eeuw)


Over het gedicht

Wereldwijd hebben dichters zich altijd al laten inspireren door de liefde. Dit geldt ook voor het Nederlands taalgebied. Bovenstaande gedicht is één van de oudste liefdesgedichten uit de Nederlandse literatuur. Wie dit ontroerende liefdesgedicht heeft geschreven is helaas niet bekend. Wij kennen dit gedicht uit het Gruuthuuse-handschrift. Dit handgeschreven werk is samengesteld tussen circa 1395 en 1408. Het bevat een flink aantal Nederlandse gedichten en liederen uit de 14e eeuw. Het lied Egidius is één van de meer bekendere gedichten.

Fragment liefdesgedicht Egidius- n Gruuthuuse Handschrift

Pagina uit het Gruuthuuse-handschrift dat circa 1400 is samengesteld. Rechts onderin staan de eerste regels van het liefdesgedicht Egidius.


Gerelateerd:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF