Middeleeuws liefdesgedicht


Ghequetst ben ic van binnen,
doorwont mijn hert so seer,
van uwer ganscher minnen
ghequestst so lanc so meer.
waer ic mi wend, waer ik mi keer,
ic en can gherusten dach noch nachte;
waer ic my wend, waer ic mi keer,
ghi sijt alleen in mijn ghedachte.

Anoniem (14e eeuw)


Over het gedicht

Bovenstaande gedicht is één van de oudste liefdesgedichten uit de Nederlandstalige poëzie. De meest populaire lezing is dat de ik-persoon in dit gedicht zo intens verlangt van zijn/haar geliefde, dat het pijn doet.

Echter volgens een alternatieve lezing van Guido Lauwaert gaat het gedicht over iets heel anders. Volgens Guido is de ik-persoon in het gedicht juist slachtoffer van stalking en is hij/zij helemaal niet gediend van de niet-aflatende amoureuze aandacht van iemand die de ik-persoon helemaal niet bemint.

Beide lezingen zijn even valide, want er zijn geen bronnen beschikbaar waaruit wij met zekerheid kunnen afleiden wat de dichter met zijn gedicht heeft willen zeggen.

Overigens is het heel normaal dat een gedicht ruimte biedt voor verschillende interpretaties. Volgens sommige poëzie-liefhebbers is dat ook juist de kracht van veel gedichten.


Bronvermelding:
Bovenstaande gedicht hebben wij overgenomen uit de volgende bloemlezing:
Jos Brink, 1996, Zie je ik hou van je, De mooiste liefdesgedichten van alle tijden, Alphen aan den Rijn: Drukkerij Haasbeek


Gerelateerd:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF