Wat is een sonnet?

Definitie van sonnet

Een sonnet is een rijmend gedicht van 14 regels. In een sonnet zit meestal een wending. Deze wending zit vaak net over de helft of tegen het einde van het sonnet.

Toelichting op definitie van sonnet

Het sonnet is in Italië ontstaan tijdens de Renaissance. Daarna verspreidde deze dichtvorm zich over Europa waarbij er verschillende varianten ontstonden. De belangrijkste vormen zijn het klassieke sonnet, het Engels sonnet en het modern sonnet. Iedere variatie kent zijn eigen structuur, maar daarbinnen kan het rijmschema variëren.

Zo bestaat een klassiek sonnet altijd uit twee kwatrijnen en twee terzinen, maar daarbinnen kan het rijmschema variëren. Het meest traditionele rijmschema is: abba abba cdc dcd. Echter in de praktijk komen andere rijmschema's zo vaak voor, dat afwijkingen van het traditionele rijmschema meer regel zijn, dan uitzondering.

Een voorbeeld van een klassiek sonnet dat dicht bij het traditionele rijmschema blijft, is het volgende gedicht van J. Slauerhoff:

Outcast

‘t Breed grauw gelaat van de Afrikaanse kust.
Na eeuwen van een ondoorgrondelijk wee
Gekomen tot een onaantastbre rust,
Staart steil terneer op de gekwelde zee.

Ons blijft ‘t verneedrend smachten naar de ree.
Geen oceaan heeft onze drift gebluscht,
En niets op aard, ook zwerven niet, geeft rust,
En de eenige toevlucht de prostituée.

Bij haar die achter iedre haven wacht
– Altijd een andre en toch steeds dezelfde –
Wordt ons heimwee tijdlijk ter dood gebracht.

En ook de sterrenheemlen die zich welfden
Over ons trekken, andre iedren nacht,
Zij eindlijk saamgeschrompeld tot één zelfden.

J. Slauerhoff (1898 - 1936)

Het rijmschema van dit gedicht is: abab baab cdc dcd. Dit betekent dat de afwijking van dit gedicht ten opzichte van het traditionele rijmschema zich beperkt tot het eerste kwatrijn. Daarmee blijft dit gedicht van Slauerhoff veel dichter bij het traditionele rijmschema voor een sonnet dan zijn meer beroemde gedicht Woningloze.

TIP: De bundel Verzamelde gedichten bevat alle gedichten van J. Slauerhoff. Een musthave voor iedere Slauerhoff-liefhebber.

Liefdesgedichten in sonnetvorm

Sinds het ontstaan van het sonnet tijdens de Italiaanse renaissance gebruikte men deze dichtvorm eeuwenlang vrijwel uitsluitend voor liefdesgedichten. Een voorbeeld van een liefdesgedicht in de vorm van een sonnet is het volgende beroemde gedicht van de zeventiende eeuwse dichter P.C. Hooft:

‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief.’ Zo sprak mijn lief mij toe,
dewijl mijn lippen op haar lieve lipjes weidden.
De woordjes alle drie, wel klaar en wel bescheiden,
vloeiden mijn oren in, en roerden (‘k weet niet hoe)

al mijn gedachten om, staag malend, nimmer moe;
die ‘t oor mistrouwden en de woordjes wederleiden.
Dies ik mijn vrouwe bad mij klaarder te verbreiden
haar onverwachte reên; en zij verhaald’ het doe.

O rijkdom van mijn hart, dat overliep van vreugden!
Bedoven viel mijn ziel in haar vol hart van deugden.
Maar toen de morgenstar nam voor den dag haar wijk

is, met de klare zon, de waarheid droef verrezen.
Hemelse goôn, hoe komt de schijn zo na aan ‘t wezen,
het leven droom, en droom het leven zo gelijk?

P.C. Hooft (1581 - 1647)

De gewoonte om de dichtvorm sonnet alleen te gebruiken voor liefdesgedichten veranderde aan het begin van de twintigste eeuw.  Tegenwoordig kan alles als onderwerp dienen voor een sonnet. Het eerder geciteerde sonnet Outcast van J. Slauerhoff heeft bijvoorbeeld niets met de liefde te maken, maar gaat meer over het gevoel je nergens thuis te voelen.

TIP: In Ik heb de liefde lief heeft dichter Willem Wilmink de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse literatuur verzameld in één bundel.

De wending

Een inhoudelijk regel voor de dichtvorm sonnet die de tand des tijds wel heeft overleeft, is de wending tegen het eind van het sonnet. Wat wij met een wending bedoelen, kunnen wij wellicht het beste uitleggen aan de hand van een voorbeeld. Neem het volgende gedicht van Geert Zomer:

De sonnettenschrijver

Hij wilde graag sonnetten schrijven,
woorden schikken in een klassieke vorm.
Zinnen die bij hun lezers zouden beklijven,
ze wikken en wegen volgens de norm.

Maar het liefst wilde hij lekkere wijven,
om te beminnen, in Harderwijk of Benidorm.
Hij zocht ze op stranden, die naakte lijven,
om ze desnoods te verdoven met chloroform.

Hij was niet bij machte er één te versieren.
Een heerlijke snol of lekkere del?
Hij wist het telkens te verstieren.

Floor, Sandra, Annabel, Pia of Nel,
ze wezen hem af, die vervelende klieren.
Maar sonnetten schrijven, dat lukte hem wel!

Geert Zomer

In dit gedicht zitten meerdere wendingen. De eerste wending komt al direct na het eerste kwatrijn. De eerste vers van het gedicht gaat namelijk over één ding dat hij graag zou willen doen (sonnetten schrijven) en de tweede vers gaat over iets totaal anders dat hij wil doen (wijven versieren). Deze twee dingen liggen zo ver uit elkaar, dat je kan zeggen dat hier sprake is van een tegenstelling.

Een wending zo vroeg in een sonnet komt niet vaak voor, maar het is ook niet verboden. Echter de meest gebruikelijk plek voor een wending in een sonnet is na het tweede kwatrijn of na de eerste terzine. Ook in dit sonnet van Geert Zomer komt na het tweede kwatrijn een belangrijke wending: de tegenstelling tussen wat hij zo heel graag wil en de onmacht om dit te bereiken. 

De belangrijkste wending in dit gedicht komt echter met de laatste regel. De wending is hier: wijven versieren lukt hem niet, maar sonnetten schrijven dat lukt hem wel.

Metrum van een sonnet

Het metrum, of ritme, van een sonnet wordt bepaald door 5 jambes op één versregel. Een jambe is een onbeklemde lettergreep gevolgd door een beklemtoonde lettergreep.

Een versregel uit een sonnet bestaat meestal uit 5 jambes. Daarom zit er in een versregel van een sonnet vaak zo'n 10 lettergrepen. Een regel in een gedicht met een dergelijk ritme en lengte heet een vijfvoetige jambische versregel.

Overigens komt het zelden voor dat elke versregel in een sonnet exact voldoet aan bovengenoemde stramien. Vaak hebben de versregels één lettergreep meer of minder en is ook het ritme net wat anders. De vijfvoetige jambische versregel moet je dan ook meer zien als een richtlijn, dan als een harde eis.

Klassiek sonnet

Als wij spreken over sonnet dan hebben wij het meestal over een klassiek sonnet.

Een klassiek sonnet, of ook wel Italiaans sonnet of Petrarca-sonnet, is een rijmend gedicht dat bestaat uit 4 strofen van 2 keer 4 en 2 keer 3 regels. Met andere woorden: Een klassieke sonnet bestaat uit twee kwatrijnen en twee terzinen. Daarbinnen kan het rijmschema variëren, maar het meest standaard is ABBA ABBA CDC DCD.

Een klassiek sonnet bevat meestal een wending na de tweede strofe, maar de wending kan zich ook op een andere plek in het gedicht aandienen.

Een voorbeeld van een klassiek sonnet met dit rijmschema is het sonnet nummer 132 uit de bundel 'Canzoniere' van de Italiaanse Renaissance dichter Francesco Petrarca. Zijn bundel 'Canzoniere' heeft het sonnet als dichtvorm populair gemaakt in heel Europa. Hieronder vind je eerst de Nederlandse vertaling en daarna het Italiaanse origineel.

Sonnet nr. 132

Als dit geen liefde is, wat is het dan?
En als het liefde is, is ze dan goed?
Kan liefde goed zijn, als ze lijden doet?
En is ze slecht, geniet men daar dan van?

Wat klaag ik als ik zelf beslissen kan?
Heeft klagen zin als ik beminnen moet?
O dood die leven geeft, o leed zo zoet,
geniet ik van de dwang van een tiran?

Zo dool ik stuurloos rond op hoge zee,
bij wisselende wind. Mijn schip is zwaar
van twijfel en draagt weinig wijsheid mee,

zodat ik, niet meer wetend wat ik wil,
het gloeiend warm heb in de winter, maar
in hartje zomer van de koude ril.

Francesco Petrarca (1304 - 1374)

CXXXII

S'amor non è, che dunque è quel ch'io sento?
Ma s'egli è amor, perdio, che cosa et quala?
Se bona, onde l'effecto aspro mortale?
Se ria, onde sì dolce ogni tormento?

S'a mia voglia ardo, onde 'l painto e lamento?
S'a mal mio grado, il lamentar che vale?
O viva morte, o dilectoso male,
come puoi tanto in me, s'io nol consento?

Et s'io 'l consento, a gran torto mi doglio.
Fra sì contrari vènti in frale barca
mi trovo in alto mar senza governo,

sì lieve di saver, d'error sì carca,
ch'i medesmo non so quel ch'io mi voglio,
e tremo a mezza state, ardendo il verno.

Francesco Petrarca (1304 - 1374)

In Nederland genoot het klassieke sonnet zijn eerste grote populariteit tijdens de Gouden Eeuw, bijvoorbeeld bij de 17e eeuwse dichter P.C. Hooft. Een mooi voorbeeld van zijn werk is het sonnet Gezwinde grijsaard.

Ook in de 21e eeuw blijft het klassieke sonnet onverminderd populair. Een recent voorbeeld van een klassiek sonnet is het gedicht De sonnettenschrijver van de dichter Geert Zomer.

In dit gedicht zitten zelfs 3 wendingen: na de 1e strofe, na de 2e strofe en de laatste regel. Het rijmschema van Geert Zomers sonnet is abab abab cdc dcd. Hoewel dit rijmschema afwijkt ten opzichte van het gedicht van Petrarca geldt ook het gedicht van Geert Zomer als een klassiek sonnet.

Engels sonnet

Het Engelse sonnet, of Shakespearesonnet, bestaat uit 3 strofen van 4 regels en 1 strofe van 2 regels. De wending komt meestal na de derde strofe. Net als bij het klassieke sonnet kan het rijmschema variëren. Het meest voorkomende rijmschema is: abab cdcd efef gg.

Zoals de naam al aangeeft is deze vorm ontstaan in Engeland en was het de favoriete dichtvorm van William Shakespeare. Shakespeare heeft meer dan 150 sonnetten geschreven.

Een mooi voorbeeld is sonnet 130 van William Shakespeare. Hieronder kan je dit gedicht eerst lezen in Nederlandse vertaling en daarna in het Engelse origineel.

Sonnet nr. 130

Mijn liefje heeft geen ogen als de zon;
 Veel roder dan haar lippen is koraal;
 En sneeuw is wit? Dan zijn haar borsten vaal;
 Zijn haren goud? ’t Is zwart goud dat zij spon.
 En ik ken rozen, roze, wit en rood,
 Maar zulke rozen sieren niet haar wangen;
 Ook zijn er geurtjes waar ik meer van genoot;
 Dan die er in mijn liefjes adem hangen.
 Ik die graag hoor praten moet beamen
 Dat ik muziek vaak aangenamer vond;
 Nooit zag ik hoe godinnen nader kwamen,
 als zij loopt, stampt mijn liefje op de grond.

En toch, mijn hemel, mijn lief kan meer bekoren
 Dan al die vrouwen vervalst in metaforen.

William Shakespeare (1564 - 1616)

Sonnet nr. 130

My mistress’ eyes are nothing like the sun;
 Coral is far more red then her lips’ red;
 If snow be white, why then her breasts are dun;
 If hairs be wires, black wires grow on her head.
 I have seen roses damasked, red and white,
 But no such roses see I in her cheeks;
 And in some parfumes is there more delight
 Than in the breath that from mistress reeks.
 I love to hear her speak, yet well I know
 That music hath a far more pleasing sound;
 I grant I never saw a goddess go,
 My mistress when she walks treads on the ground.

And yet, by heaven, I think my love as rare
 As any she belied with false compare.

William Shakespeare (1564 - 1616)

TIP: De bundel De sonnetten bevat alle sonnetten van William Shakespeare in Nederlandse vertaling én met het Engelse origineel op de tegenoverliggende pagina.

Een mooi voorbeeld van een hedendaagse Engels sonnet is het volgende gedicht van de Vlielandse eilanddichter Gerda Posthumus:

Vlieland – Amsterdam (V – A)

Van ‘t reizen naar de stad was zij vergeven:
op elk moment leek zij ertoe bereid
de tegenstelling die de geest verleidt
te willen schrijven van een eender leven.

Zoals de zee in stromen stukgeschreven
een gemis bleef dat haar met golven sloeg,
was de drukte langs de grachten – haar genoeg
van kindsbeen af altijd bijgebleven.

En schuimen in een literaire kroeg
van bier terwijl de woordkunst werd bedreven
ze waande zich een dichter maar voor even
want om te blijven was het nog te vroeg.

Op het perron ontcijfert zij de tijd
terwijl een trein het spoor in 2en splijt.

Gerda Posthumus

TIP: De bundel Deining rimpeling onderstroom van Gerda Posthumus is een absolute aanrader voor iedere liefhebber van hedendaagse poëzie.

Modern sonnet

In de twintigste eeuw raakte vaste dichtvormen uit de mode. Het vrije vers beleefde een ongekende opmars. In deze tijd ontstond het moderne sonnet.

Het moderne sonnet is een niet-rijmend gedicht van 14 regels. Het metrum is vaak hetzelfde als een gewoon sonnet. De strofe-indeling is meestal gelijk aan het klassieke sonnet (4/4/3/3) of het Engelse sonnet (4/4/4/2).

Een mooi voorbeeld van een modern sonnet in vorm en thematiek is het volgende gedicht van de slam poetry dichter Jolies Heij:

Hoveling bij kaarslicht

We huisden in het café bij regen:
een nurkse buikdanseres probeerde
een spreekpop uit. Verderop lagen
massagraven te weken. De kroegbaas

jammert alsof ik hem versta. Even later
wil hij dineren bij kaarslicht, daarna
de wax op mijn billen laten sissen.
Ik vraag of het normaal is dat mijn

kozakkenman een laars in mijn mond plant
giftig zaad in mijn tepelkloven spuit.
Soms praten wij met elkaar. Als hij het

doet, doet hij het zeker en vlug, al is
de afwerking wat stug. Normaal is het
niet, zegt mijn hoveling, maar wel nobel.

Jolies Heij


Nieuwsbrief Poëzie verrijkt het leven

Gefeliciteerd, jij bent bij het einde van dit lange artikel aangekomen over het sonnet als dichtvorm. Daarmee heb je bewezen geïnteresseerd te zijn in poëzie.

Wij willen je nu vragen om je aan te melden voor onze gratis nieuwsbrief Poëzie verrijkt het leven. Dit is een niet-commerciële nieuwsbrief waarin wij iedere keer een interessante dichter of een poëtisch thema behandelen.

Aanmelden nieuwsbrief >>>


Gerelateerd:
Sonnetten van Nederlandse dichters