Te hoog gegrepen

Laatst werd er in het programma Hemmen op BNR Nieuwsradio aandacht besteed aan poëzie. Ik luister naar deze zender om bijgepraat te worden over zakelijk nieuws en ontwikkelingen in de IT, dus u snapt dat ik blij verrast was.

Het ging over de vraag waarom we “veel te weinig” poëzie lezen. Nou ja, ging erover, het antwoord op de vraag werd direct aan het begin van het item gegeven:

“Dat komt niet omdat de gedichten zo slecht zijn, maar omdat wij ze niet snappen.”

Ik sta even stil bij deze analyse.

Geen slechte gedichten?

“De” gedichten zijn niet slecht. Hoezo? Natuurlijk zijn er wel slechte gedichten. Die zijn er altijd geweest.

Maar we hebben een uitgebreid selectiesysteem, dat zorgt dat in de boekenwinkels voornamelijk bundels liggen van een aanvaardbaar niveau. Als de uitgevers en de boekhandelaren een beetje hun werk doen, dan kan daar het probleem niet liggen.

Tenzij er natuurlijk helemaal geen aanvoer van goede gedichten is. Men zou die indruk kunnen krijgen, want in de meeste boekwinkels ligt nauwelijks poëzie.

Ik ben echter zo vrij om de oorzaak daarvan elders te zoeken. Heel veel mensen schrijven gedichten en het is onwaarschijnlijk dat daar niet een paar dichters tussen zitten die iets fatsoenlijks breien.

Ik steun dus de eerste helft van de analyse van BNR.

De lezer is dom?

In de tweede helft van de verklaring wordt de schuld gelegd bij de lezers, beter gezegd: de niet-lezers. Wij zijn te dom.

Ik snap de gedachtegang van Hemmen. Je kunt het onderwijs wel democratiseren en Jan en alleman naar de universiteit laten gaan, maar dat betekent nog niet dat we plotseling allemaal intelligenter worden.

Een blik in de eerder genoemde boekenwinkels leert ons dat een groot aantal mensen genoeg inkomen heeft om boeken te kopen, maar dat ze dat budget vooral besteden aan esoterie, kookboeken, chicklit en fantasy.

De dichter is moeilijk?

Of maken die dichters het ons expres moeilijk?

Het is een misvatting dat je intelligent moet zijn om iets moeilijks te produceren. De slimste wetenschappers schrijven de meest toegankelijke boeken. Zij staan genoeg boven de stof om hun betoog helder te verwoorden.

Als ik merk dat iemand mijn blog niet heeft begrepen, schrik ik. Ik schrik niet van het onbenul van de lezer. Ik schrik van mijn onvermogen om mijn punt goed leesbaar uiteen te zetten. En van mijn blinde vlek, die maakte dat ik een blog liet uitgaan die niet voor elke lezer logisch en invoelbaar was.

(Ho ho, Anton. Niet overdrijven. Je weet toch, dat je niets liever doet dan je lezers op het verkeerde been zetten?)

Onbegrijpelijkheid is nog geen diepgang

Laatst sprak ik in een Amsterdams café met een dichter. Hij stelde dat het veel moeilijker was om in begrijpelijke taal een gedicht met diepgang te schrijven, dan om een gedicht te schrijven waar niemand een touw aan kon vastknopen.

Helaas denken de lezers van dat moeilijke gedicht, dat het dus wel heel diep zal zijn. Ze concluderen dat het hun pet te boven gaat, terwijl ze misschien zouden moeten concluderen dat het gewoon wartaal is.

Mijn gesprekspartner leek veel dichters te verdenken van het gebruik van ontoegankelijke taal om te versluieren dat ze geen diepgang hebben.

En ik vond geen argumenten om hem tegen te spreken.

Wij moeten leren lezen

Terug naar Hemmen. De gast in het programma was Vera Martens. Zij organiseert in Utrecht masterclasses poëzie lezen bij cultureel podium de Kargadoor aldaar. Een nobele zaak.

Zij stelde eerst dat er naast de ontoegankelijke poëzie ook veel poëzie bestaat die wel begrijpelijk is.

Goed. Twee soorten poëzie dus. Daar kan ik mee leven. Wat mij wel irriteerde was dat de onbegrijpelijke poëzie meteen als de “hoge” werd neergezet. Ben ik toch weer een boerenkinkel, als ik het niet snap. Sorry, agrariërs.

Alle hoop is echter nog niet verloren, want je kunt die moeilijke poëzie ook leren lezen. Vera had zo’n moeilijk gedicht meegenomen. Om te demonstreren hoe je er toch nog patat van kon maken.

Voor wie ik liefheb wil ik heten

Toen brak mijn klomp. (Sorry agrariërs.) Vera kwam met Voor wie ik liefheb wil ik heten van Neeltje Maria Min. Een gedicht van meer dan vijftig jaar geleden. Toen de poëzie nog niet in een crisis zat. Zelfs een beetje “hip” was.

Straatgedicht 'Voor wie ik liefheb wil ik heten' in Leiden

In Leiden staat het beroemde gedicht 'Voor wie ik liefheb wil ik heten' van Neeltje Maria Min op de buitenmuur van een huis geschilderd.

Een gedicht van een van de populairste dichters, bij mijn weten. Zelfs toen ze onderdook in het platteland van Groningen (Sorry, ... ach laat ook maar.), werd ze nog door fans en journalisten lastig gevallen. Ik was een late fan en heb mij rond de eeuwwisseling in antiquariaten suf gezocht naar haar bundels.

En dat gedicht. Het is iconisch. Natuurlijk, je kunt er diverse duidingen op loslaten, maar dat is, zou ik zeggen, een criterium voor elk goed gedicht.

Iedere lezer met enig lyrisch gevoel weet meteen dat dit een sterk gedicht is. De titel is al een zin die je nooit meer vergeet.

Op de hoogste plank

Ik bespaar u de verdere bespreking in het radioprogramma. U kunt het beluisteren via de website van BNR. Het gaat om de uitzending van 27 februari 2018. (Hemmen bleef heel positief. Niemand ging af. Het kwam allemaal nog goed dankzij een gedicht van Alexis de Roode.)

Ik heb vooral medelijden met de luisteraars die, gestimuleerd door deze uitzending, naar de boekhandel rennen om bijvoorbeeld de dichtbundels van de laatste twee VSB-poëzieprijswinnaars te kopen.

“Het is wel moeilijk, maar met een beetje close reading komt het helemaal goed.” zeggen ze dapper tot hun huisgenoten.

Niet veel later liggen de bundels liefdeloos in een hoek. De laatste bundels die ze ooit zullen kopen.

Mijn voorstel: hermetische bundels worden in de winkels daar gezet, waar hun dichters menen dat ze horen. Op de bovenste plank. Nog hoger dan waar indertijd, toen er nog geen internet was, de pornobladen werden gezet. Een meter of drie lijkt me de juiste hoogte.

Belangstellenden kunnen bij het winkelpersoneel een trapje lenen.


LEESTIP:
Voor wie ik liefheb wil ik heten

In 1966 verscheen de debuutbundel van Neeltje Maria Min. Deze bundel bevat o.a. het beroemde gedicht Voor wie ik liefheb wil ik heten. Deze bundel blijft onverminderd populair bij het grote publiek.

Bestellen bij BOL.COM

Anton Woest is redacteur bij uitgeverij Leeuwenhof. In die hoedanigheid houdt hij zich met name bezig met het werk van de dichter Johan Meesters. Daarnaast schrijft hij iedere week een blog over poëzie en aanverwante zaken op zijn eigen blogwebsite.

Geplaatst in Opinie