Herinneringen aan de dichtende ober

Herinneringen aan de dichtende ober
Ronald M. Offerman (foto: Babs Witteman)

Op 11 mei 2020 is de dichter Ronald M. Offerman overleden aan de gevolgen van COVID-19. Naast dichter was hij ook eigenaar van theatergroep De Blaffende Honden. Verder was hij ook actief als beeldend kunstenaar.

Podiumdichter

Als sociaal beest kende Ronald M. Offerman veel mensen en veel mensen kenden hem. Zelf heb ik hem slechts twee keer kort mogen spreken. De eerste keer was in het restaurant van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA).

Als freelancer zit ik vaak in de OBA te werken. Ronald M. Offerman ging met een tweede persoon een paar tafeltjes van mij vandaan zitten. Toen ik opstond om een kop koffie te halen, liep ik langs hun tafeltje en toen merkte hij mij op. Hij sprak mij aan en wij hebben een paar woorden kunnen wisselen. Hij was daar met zijn redacteur van zijn nieuwe gedichtenbundel.

De tweede keer was tijdens het maandelijks open podium voor poëzie in Café Eijlders. Ik kwam er zelden, maar Ronald M. Offerman was daar altijd. Zo was hij ook de poëzie ingerold. Hij was namelijk vroeger namelijk in dienst bi Café Eijlders als ober. Ook tijdens de poëziebijeenkomsten stond hij achter de bar. De gedichten die hij hoorde, moesten hem hebben aangesproken, want hij begon ook zelf gedichten te schrijven en voor te dragen. Op termijn kreeg hij de bijnaam De dichtende ober.

Beide keren dat ik hem sprak, viel mij op hoe recht-voor-zijn-raap hij was. Dat beviel mij ook altijd zo aan zijn gedichten: eenvoudige taal zonder hoogdravende metaforen of intellectuele bewoordingen. Ronald M. Offerman had geen grote woorden nodig om te ontroeren.

Amsterdamse dichter

Dat was het. Als ik vaker een poëziebijeenkomst had bezocht, dan was ik hem ongetwijfeld vaker tegengekomen, want Ronald M. Offerman droeg vaak voor op podia in en buiten Amsterdam.

Ik kende Ronald M. Offerman als dichter vooral van Facebook. Net als veel andere hedendaagse dichters, was hij heel actief op dit Social Media-kanaal.

Aangrijpend is bijvoorbeeld zijn laatste serie gedichten over het leven in Amsterdam tijdens de coronacrisis.

Een wat ouder gedicht dat tot mijn favorieten behoort, is zijn gedicht Bellamyplein:

Bellamyplein

Ik weet nog hoe je daar op het bankje zat, moeder
Omringd door tantes, wol en breipennen
Je ogen op het laagje water waar ik, je Benjamin
Als een vis op het droge lag te spartelen

De blauwe Terlenka zwembroek
Opgetrokken tot onder de oksels
Het borstbeeld zag op ons toe vanuit de bosjes
De trams raasden piepend in de bochten

Op de terugweg naar huis, bruin verbrand
Aten we ijs bij Gerwi in de Kinkerstraat

Ronald M. Offerman, 2014

Overigens speelde de stad Amsterdam vaker een rol in zijn gedichten. Correctie: bijna altijd gaan de gedichten van Ronald M. Offerman over de Nederlandse hoofdstad. Wie de geest van Mokum wil leren kennen, moet de gedichten van Ronald M. Offerman lezen. Eigenlijk een schande dat hij nooit was benoemd tot stadsdichter.

Voor mij was Ronald M. Offerman de meest Amsterdamse dichter van alle Amsterdamse dichters. Dat zal hij voorlopig ook blijven, want hoewel de man er zelf niet meer is, blijven zijn gedicht voortleven.


Gerelateerd:


 

Robin Kerkhof is de hoofdredacteur van het online totaalconcept Poëzie verrijkt het leven. Hij heeft een passie voor poëzie en leest graag aansprekende gedichten van interessante dichters. In zijn vrije tijd schrijft hij ook zelf zo nu en dan een gedicht.

Miljoenen artikelen