Poëzie in de rechtbank? Foei!

Poëzie in de rechtbank? Foei!

Poëzie is overal: op straat, op YouTube, op televisie, op social media, op de radio etc. En de meeste mensen waarderen het ook als zij poëzie op die plekken tegenkomen.

Desondanks zijn er ook domeinen waar poëzie minder wordt gewaardeerd. Zo kwam een rechter van de Klimop-zaak in 2011 flink in de problemen toen hij een gedicht van Hieronymus van Alphen citeerde.

Op Rechtspraak.nl kunnen wij lezen wat er precies was gebeurd:


“Rond half zeven die dag sloot de rechtbank het door haar uitgevoerde feitenonderzoek af. Teneinde te beslissen of doorgegaan zou worden met de behandeling van de zaken of dat deze na het weekend voortgezet diende te worden, heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de tijd die nog benodigd zou zijn om de behandeling van de zaken van verzoekers af te ronden. Gelet op de uitkomsten van die inventarisatie werd besloten een pauze in te lassen en na de pauze door te gaan met het stellen van vragen door het Openbaar Ministerie, het op verzoek van de verdediging voorhouden van ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaringen en de behandeling van de persoonlijke omstandigheden van verzoekers door de rechtbank.

Na het verwoorden van deze beslissing heeft de rechter, na enige aarzeling, aan verzoekers gevraagd of zij wisten wie Hieronymus van Alphen was, waarop [B] zich op zijn zwijgrecht beriep en [A] aangaf dat niet te weten. Hierop heeft de rechter uitgelegd dat Van Alphen een achttiende-eeuws jurist was die eerst het beroep van advocaat en daarna het beroep van procureur-generaal heeft uitgeoefend en tevens dichter van voornamelijk kindergedichten was. Vervolgens heeft de rechter gezegd: “Bij lezing van het dossier bekruipt mij het gevoel…”, althans soortgelijke woorden, en heeft hij uit zijn hoofd de eerste acht regels van het gedicht ‘De pruimeboom’ van Van Alphen (hierna: het gedicht) opgezegd, luidende:

“Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
’t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader ’t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
Mist men vijf zes pruimen niet.”

Deze voordracht heeft de rechter afgesloten met de mededeling dat het gedicht voor Jantje goed afloopt maar dat het goed is de stichtelijke kant op tafel gelegd te hebben, althans woorden van gelijke strekking.

Hierop is een korte stilte gevallen, waarna de rechter het onderzoek ter terechtzitting heeft onderbroken voor de voorgenomen pauze. Na ommekomst van deze pauze hebben de aanwezige raadslieden van verzoekers de wraking van de rechter verzocht.”


Dit wrakingsverzoek is ook toegekend. Dus net als het gedicht van Van Alphen, kent ook dit verhaal een moraal:

Een rechter in de Klimop-zaak
was eens ouderwets stichtelijk
en stelde heel klassiek dichterlijk
bepaald gedrag aan de kaak.

Zijn woorden hebben de advocaten geraakt
en daarom hebben zij de rechter gewraakt.

Het prozaïsche moraal
van dit poëtisch verhaal:
Als u spreekt in de rechtszaal

beperk u dan tot juristentaal!

Robin Kerkhof, 2021


Gerelateerd:


 

Robin Kerkhof is de hoofdredacteur van het online totaalconcept Poëzie verrijkt het leven. Hij heeft een passie voor poëzie en leest graag aansprekende gedichten van interessante dichters. Verder is hij huisdichter van Paradijsvogelsmagazine.nl.