Jan Arends

Jan Arends (1925 – 1974) was een Nederlandse dichter, schrijver en literaire vertaler. Zijn poëzie kenmerkt zich door een enorme beknoptheid. Belangrijke thema’s in zijn werk zijn armoede, maatschappijkritiek en zijn eigen angsten.

Korte biografie Jan Arends

Jan Arends werd op 13 februari 1925 als Johannes Cornelis Arends geboren in Den Haag als onwettig kind van Gerardina Elizabeth Arends. Twee jaar later trad zijn moeder in het huwelijk met Frank Barend Arendsen. Waarschijnlijk was hij ook de vader van Jan Arends maar helemaal zeker is dat niet, want Frank Barend Arendsen heeft hem nooit officieel als kind erkend.

Uit het genoemde huwelijk werden nog twee kinderen geboren. Toen Jan Arends 13 jaar was, viel het gezin uit elkaar, doordat de moeder, in verband met reuma, niet langer in staat was voor de kinderen te zorgen.

In zijn jeugd heeft Jan Arends vijf jaar lang op een vrije school gezeten waar onderwijs werd gegeven volgens de antroposofische leer van Rudolf Steiner. Jan Arends was een armoedzaaier tussen de voornamelijk welgestelde kinderen die op deze school zaten, maar hij werd wel gedoogd.

Jan Arends werd hierna gestuurd naar het katholieke jongensinternaat De Kruisvaarders van St. Jan te Rijswijk. Hij zou op dit internaat tot zijn 18e jaar verblijven.

In zijn tienerjaren heeft Jan Arends tijdens enkele strenge winters veel kou en honger geleden. Deze ervaringen van kou en honger vielen grotendeels in de Tweede Wereldoorlog, maar als jong volwassene met een laag inkomen was de strenge winter 1947 ook niet gemakkelijk.

De ervaring in zijn jonge jaren van kou en honger hebben Jan Arends de rest van zijn leven getekend. Zijn angsten leidden er zelfs toe, dat hij als volwassene verschillende periodes in een psychiatrische instelling heeft verbleven.

Tijdens zijn leven had Jan Arends veel verschillende banen die meestal niet zo heel goed betaalden. Zo was hij onder andere ijscoventer, broodbezorger, portier in een hotel en fabrieksarbeider.

Mensen die hem goed kenden, kenmerken Jan Arends als een moeilijk toegankelijke man. Hij was lastig in de omgang en confrontaties ging hij, zacht gezegd, niet uit de weg.

Jan Arends pleegde zelfmoord op 21 januari 1974. Dat was de dag dat zijn bundel Lunchpauzegedichten verscheen.

Jan Arends

Jan Arends

Jan Arends en de psychiatrie

In de biografie Angst voor de winter; Het leven van Jan Arends stelt de auteur Nico Keuning de vraag waarom Jan Arends zoveel malen in psychiatrische inrichtingen verbleef. Waarschijnlijk heeft het te maken met een combinatie van factoren:

Jan Arends was een bastaard die niet door zijn vader als kind werd erkend. Daarnaast hebben zijn jeugdervaring met honger en koude bij hem ook in de ziel gesneden. Deze littekens, samen met de kwetsbaarheid van zijn talent, kan voor een gekte hebben gezorgd.

Mensen die de ervaring van psychische nood niet kennen, begrijpen zijn gedichten misschien minder. Echter mensen die door een soortgelijke ervaring zijn heengegaan, zullen wellicht veel herkennen in zijn gedichten.

Omdat hij zelf wist, hoe het is om een outcast te zijn, schreef Jan Arends ook veel gedichten over het geïsoleerd zijn en de gekte van de wereld, de mensen en God. Wellicht bleef hij door het opgesloten zijn met een kritische en authentieke blik naar de samenleving kijken.

Jan Arends en de ‘liefde’

De mens Jan Arends was niet in staat tot het aangaan van intieme relaties. Toch was zijn leven niet helemaal zonder vrouwelijk gezelschap, maar om nou van liefde te spreken, is wellicht een te groot woord getuige de volgende woorden van zijn hand:
“Het mooiste wat er voor mij bestaat, is een voetveeg zijn.”

Jan Arends verhuurde zichzelf aan strenge, rijke vrouwen. Het gaat hier om het type vrouw dat zichzelf omhoog had getrouwd en zich vervolgens verveelde met het geld van manlief. Hij minachtte deze vrouwen, maar hij begeerde hen ook mits hun optreden jegens hem streng en hooghartig was. Hij schreef hier zelf het volgende over:
“Hoe slechter ik het heb, zoveel te liever het mij is. Slecht eten, een rotbehandeling, weinig geld, een smerig donker kamertje – als ik het een beetje goed krijg, knap ik onmiddellijk af.”

Jan Arends als schrijver

Taal was zeer belangrijk voor Jan Arends. Het belang dat hij aan taal hechtte, blijkt bijvoorbeeld uit het volgende citaat:
“Wie aan de taal komt, komt aan de mens.”

Tijdens zijn leven hebben verschillende critici beweerd, dat hij slecht zou schrijven. Gezien zijn bovenstaande uitspraak moet hem dat diep geraakt hebben.

Taalkundig zijn de gedichten van Jan Arends scherpe redeneringen, die door hun strenge bouw en de beperking van het woordmateriaal tot het uiterste de aandacht houden. De zinnen zijn kort en minimalistisch waardoor de woorden in dichtvorm gauw symbolen worden.

Het werk van Jan Arends bevat veel autobiografische elementen en geeft een kritische visie op de Nederlandse maatschappij vanuit een persoonlijk perspectief. Zijn leven en zijn literaire werk zijn sterk met elkaar vervlochten. Jan Arends probeerde in zijn gedichten het leven tot in de kern bloot te leggen.

Door extreme ervaringen in zijn leven en zijn eigen persoonlijkheid is er een levensechtheid en een voelbare irrationele stroom in zijn gedichten te bespeuren. Die stroom kan men een waan noemen. Hij laat in zijn gedichten zien dat de wereld anders kan zijn dan wij misschien denken. Met recht kunnen we ons afvragen wie er nu eigenlijk gek zijn, Jan Arends, zijn lezers, de rest van de wereld of geen van allen?

Bibliografie

Tijdens zijn leven zijn van Jan Arends de volgende publicaties verschenen:

Al een jaar na zijn overleden verscheen bij De Bezige Bij een bundel met nagelaten gedichten van Jan Arends gekozen door Remco Campert.

Gedichten van Jan Arends

De volgende gedichten geven een aardig beeld van de poëzie van Jan Arends:

Bronnen:
Voor het samenstellen van deze tekst over Jan Arends hebben wij gebruikgemaakt van de volgende bronnen:

  • De Volkskrant 02-02-1974, Verzen van Arends, Kees Fens
  • NRC Handelsblad 01-03-1974, De eenzaamste man van de wereld, Rudy Kousbroek
  • Jan Fontijn, 1980, Lemma Jan Arends in de losbladige uitgave Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige Literatuur na 1945, Alphen a/d Rijn: Samsom Uitgeverij en Wolters-Noordhoff
  • Telegraaf 12-10-1984, Verzameld werk Jan Arends bevestigt uniek talent
  • De Groene Amsterdammer nr. 11, 15 maart 2003, Profiel: Jan Arends, Dichter, huisknecht, patiënt, Pieter van Os
  • Biografie Bulletin, voorjaar 2003, Wie was die Wanda eigenlijk? De biografie van Jan Arends, Peter Buwalda
  • Nico Keuning, 2014, Angst voor de winter: Het leven van Jan Arends, Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij
  • Wikipedia.org (Nederlands), Jan Arends (geraadpleegd op 06-03-2018)

AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: