Martinus Nijhoff

Dichter Martinus Nijhoff (1894 – 1953) sleep aan zijn gedichten alsof het diamanten waren. Hij zag zijn gedichten als onafgemaakt werk, altijd voor verbetering vatbaar. Hij stopte niet met slijpen totdat hij de perfecte combinatie aan woorden gevormd had. De kunst van het schijnbaar eenvoudig beschrijven van complexe levensvragen vind je terug in zijn werk.

Levensloop van Martinus Nijhoff

Martinus Nijhoff
Martinus Nijhoff

De voorliefde voor literatuur van Nijhoff is niet uit de lucht komen vallen. Hij is geboren op 24 april 1894 te Den Haag in een familie van boekhandelaren, uitgevers en bibliografen.

Jeugd

Nijhoff groeide op in een milieu vol welvaart en groeiende mogelijkheden voor de toekomst. Hij is vernoemd naar zijn grootvader die met groot succes een uitgeverij, een antiquariaat en een boekhandel stichtte.

De vader van Nijhoff, Wouter Nijhoff, was een getalenteerd bibliograaf. Voorafgaand aan zijn indiensttreding bij het familiebedrijf, de uitgeverij Martinus Nijhoff, heeft hij ervaring opgedaan bij buitenlandse uitgeverijen zoals Welter te Parijs en David Nutt te Londen.

Nijhoff begon op twaalfjarige leeftijd aan het gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort. De interesse voor literatuur van Nijhoff werd hier bezegeld door zijn vriendschap met Victor van Vriesland. Samen brachten zij vele nachten door, allen gewijd aan het bestuderen van literatuur.

Studietijd

Als vervolgopleiding koos Martinus Nijhoff voor een studie rechten aan de universiteit in Amsterdam. Gedurende zijn studententijd, was hij eindredacteur van het studentenblad Propria Cures.

De jongeman behaalde zijn titel als jurist pas na de Eerste Wereldoorlog, omdat hij gemobiliseerd werd. Hij heeft trouwens na het behalen van zijn titel nooit zijn studie in de praktijk gebracht.

Eerste Wereldoorlog

Aangezien Nederland neutraal bleef in de Eerste Wereldoorlog hadden soldaten maar weinig te doen. Hierdoor had Nijhoff gedurende zijn tijd in het leger genoeg ruimte om zich als dichter te ontwikkelen.

De mobilisering in het leger was voor Martinus Nijhoff de aanleiding voor het schrijven van een tragikomisch lyrische gedicht: Pierrot aan de lantaarn. In het gedicht gaan de optimist Pierrot en de pessimist Harlekijn een discussie aan over de inhoud van het glas (halfvol of halfleeg?).

Het gedicht Pierrot aan de lantaarn zou een omschrijving zijn van de vriendschap tussen Nijhoff en zijn jeugdvriend, Victor van Vriesland. Bij het schrijven van het gedicht was deze vriendschap al beëindigd.

Vrouwen

Het debuut van Nijhoff was eerst bedoeld als een huwelijksgeschenk. Nijhoff had voorafgaand aan het huwelijk met Antoinette Hendrika Wind in 1916 een aantal verzen en gedichten verzameld met als doel deze later uit te geven als een dichtbundel.

Vader en uitgever Wouter Nijhoff gaf echter dit werk uit in de vorm van een gelegenheidsbundel als huwelijksgeschenk aan Nijhoff en zijn eerste vrouw. Dit debuut, De wandelaar, werd later in dat jaar door uitgeverij Versluys opgepikt en gepubliceerd voor het Nederlandse publiek.

Het huwelijk van Martinus Nijhoff met zijn ‘Netty’ was niet rooskleurig. Zij hadden elkaar ontmoet op het gymnasium en waren onder druk van de familie van Nijhoff getrouwd. Hoewel het paar pas officieel in 1950 was gescheiden, had Nijhoff van 1933 tot en met 1947 een hechte relatie met een andere vrouw.

De moeder van Nijhoff was voor de dichter veel belangrijker. Dit zie je terug aan de prominente rol die zij speelt in veel van zijn gedichten. Zij overleed in 1927.

Debuut en doorbraak

Als jongeman stuurde Martinus Nijhoff met grote regelmaat gedichten naar literaire tijdschriften. Na vele afwijzingen, lukte het hem in 1916 uiteindelijk toch een aantal gedichten gepubliceerd te krijgen in Elsevier’s geïllustreerd maandblad.

In datzelfde jaar werd een drieluik gedichten Aan mijn moeder gepubliceerd door het literaire tijdschrift Leven en werken. Tevens belandde in dat jaar zijn debuutbundel De wandelaar in de boekhandels.

In 1924 brak Martinus Nijhoff definitief door met zijn tweede bundel Vormen. Deze dichtbundel kreeg direct de volle aandacht van het publiek. De bundel wordt door sommigen gezien als het hoogtepunt van de poëzie uit de twintigste eeuw. In hetzelfde jaar van publicatie werd de bundel bekroond met de Amsterdamse Prijs voor Poëzie.

Carrière als literator

In 1926 begon Nijhoff met het aannemen van opdrachten op het gebied van vertalen van gedichten en proza. Hij heeft onder andere werk van André Gide, C.F. Ramuz en Shakespeare vertaald.

In 1932, op 38-jarige leeftijd, begon Nijhoff aan een opleiding Nederlandse taal- en letterkunde in Utrecht. Gedurende zijn studie, hield hij een kluizenaarsleven aan. Het schijnt dat hij al zijn muren wit geverfd had en vanuit zijn huis de massamaatschappij beklaagde.

Gedurende deze tweede studie, publiceerde Nijhoff in 1934 zijn bundel Nieuwe Gedichten. In 1937 rondde hij zijn studie af met het behalen van zijn doctoraal.

In de Tweede Wereldoorlog werd Nijhoff wederom gemobiliseerd. Ditmaal diende hij als reserve kapitein. Hij raakte echter snel gewond aan zijn voet.

Terug in Den Haag nam hij deel aan het verzet. Hij was nauw betrokken bij het illegale tijdschrift Vrij Nederland en hij schreef een aantal gedichten voor De blauwe schuit.

Latere leven en overlijden

Na de Tweede Wereldoorlog, werkte Nijhoff als letterkundig adviseur bij het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap.

In 1950 verscheen zijn laatste grote werk Het heilige hout. Deze bundel staat uit 3 bijbelse spelen waar hij 10 jaar van zijn leven aan had gewijd.

Ter gelegenheid van Nijhoffs 60e verjaardag, werkte uitgeverij Bert Bakker aan een uitgave van het Verzameld Werk van Nijhoff. De dichter stierf echter onverwachts aan een hartaanval in 1953.

Poëzie van Martinus Nijhoff

De poëzie van Nijhoff is niet in één genre te plaatsen, maar evolueerde naarmate hij ouder werd. Iedere bundel lijkt te contrasteren met een nieuwe levensfase.

Themathiek

Nijhoffs debuutbundel De wandelaar uit 1916 kent nog een sterk romantisch karakter. De gedichten bevatten elementen van eenzaamheid en doodsverlangen.

Later vind je in zijn bundel Vormen uit 1924 veel existentiele gedichten. Existentialisme is een stroming binnen de filosofie waarin de betekenis van het leven wordt gevormd door de daden die je als mens hebt uitgevoerd. De verantwoordelijkheid voor de omstandigheden in het leven en iemands karakter ligt dus bij de persoon zelf.

In zijn bundel Nieuwe gedichten uit 1934 wordt de lijn van het existentialisme verder doorgevoerd.

Daarnaast zijn veel gedichten van Nijhoff religieus getint, hoewel er twijfel bestaat of hij zelf een religie aanhing. Een mooi voorbeeld van één van zijn religieuze gedichten is Licht.

In veel van zijn religieuze gedichten speelt ook een moederfiguur een rol. Dit heeft mogelijk te maken met de belangrijke rol die zijn moeder in zijn leven speelde.

De moeder van Nijhoff, Johanna Alida Seijn, schijnt een idealistische vrouw te zijn geweest. Zij bekeerde zich in 1902 tot het christendom. Zelf schreef zij met regelmaat bijbelstukken.

Het verlies van zijn moeder viel Nijhoff zwaar. Een gedicht waaruit de hechte band van Nijhoff met zijn moeder blijkt, is Rust.

Wellicht het bekendste gedicht van Nijhoff is De Moeder De vrouw. In dit gedicht passeert een psalmzingende vrouw op een schip de ik-persoon.

Stijl

Regelmatig vindt de schrijfstijl van Nijhoff zijn aard in Griekse tragici. Het principe wat hier wordt toegepast, heet aemulatio. Technieken op het gebied van schrijven worden vanuit de oudheid in een modern jasje gestopt, om de tekst aan te laten sluiten op het huidige tijdperk.

Het rijmschema wat Nijhoff voornamelijk hanteert, bestaat uit omarmend rijm: a-b-b-a. In het gedicht Wolken is dit duidelijk zichtbaar. Daarnaast bestaan veel van zijn gedichten uit vier strofen.

Zijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar het schrijven van sonnetten.

Een stijlfiguur dat Nijhoff graag toepast, is alliteratie.

Bibliografie en prijzen

In 1916 verscheen zijn debuut De wandelaar.

In 1924 verscheen zijn dichtbundel Vormen.

In 1930 kwam De Vliegende Hollander uit.

In 1934 verscheen Nieuwe Gedichten met het bekende gedicht Awater.

In 1942 verscheen Het Uur U.

In 1950 verscheen het laatste grote werk, namelijk de drie Bijbelse spelen, onder de naam Het heilige hout.

Prijzen

In 1924 ontving Martinus Nijhoff de Amsterdamse Prijs voor Poëzie voor zijn bundel Vormen

In 1953 werd Nijhoff de Constantijn Huygensprijs toegekend voor zijn gehele oeuvre.


Gerelateerd:

Miljoenen artikelen