Gedicht Adwaita: Hij ligt er nog, de steen


Hij ligt er nog, de steen: een jaar geleden
heb ‘k zelf hem daar gelegd; en ik herken
heel goed de plek, vlak naast die scheve den,
waar ’t zandpad, wit, loopt naar de hei beneden.

‘k Dacht vaag: Wat ‘k doe, lijkt op wat farao’s deden;
eenzelfde ontzetting vroeg in mij en hen:
alles vergaat: ben ik niet die ik ben,
en was en blijven zal in eeuwigheden? –

Ik was gaan liggen, ’t hoofd dicht bij de steen;
en die, in ’t langzaam dieper donker, scheen
een monument, egyptisch oud en groot.

Een kleine ster erboven. ‘k Dacht: Zijn licht
vertrok, toen ’t graf van Ramses werd gesticht.
En ‘k voelde duid’lijk: ‘k was zijn tijdgenoot.

Adwaita


Over het gedicht

Adwaita is het pseudoniem van Johan Andreas dèr Mouw (1863 – 1919). Pas na zijn dood werden zijn gedichten voor het eerst uitgegeven: een bundel met de titel Brahman I (uitgegeven 1919) en een bundel met de titel Brahman II (uitgegeven 1920).

Bovenstaand gedicht hebben wij overgenomen uit de bundel Mijn taalorkest; Een ruime keuze uit ‘Brahman’ (uitgegeven 2018).


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: