Gedicht Adwaita: we zitten zonder meid


‘k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het en’ge dat ik kan:
‘k gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
maar ‘k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.

Zij zegt dat dat geen werk is voor een man.
En ‘k voel me hulp’loos en vol zelfverwijt
als zij mijn lang verwende onpraktischheid
verwent met wat ze toverde in de pan.

En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
tot feeërie van wereld, kunst en weten:

als zij me geeft mijn bordje havermout,
en ‘k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,

dan voel ik éénzelfde adoratie branden
voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.

Adwaita


Over het gedicht

Adwaita is het pseudoniem van Johan Andreas dèr Mouw (1863 – 1919). In veel van zijn gedichten speelt Brahman een belangrijke rol.

Volgens Wikipedia (geraadpleegd 2021-07-26) komt Brahman als filosofisch concept oorspronkelijk uit het Hindoeïsme. Brahman betekent zoiets als de ultieme, onveranderlijke werkelijkheid, die uit het zuiver zijn en bewustzijn bestaat.

Uit Brahman is, was en zal alles ontstaan, maar aangezien dat hier niet gezien wordt als een persoonlijke god, is de schepping noch bewust gewild noch doelgericht.

In zijn gedichten herkent Adwaita in alles Brahman: bijvoorbeeld in de zon, in de muziek van Bach, in het denken van Kant, in zichzelf én in de handen van de dienstmeid.


Bron:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: