Gedicht Anton de Kom: De Bosneger


De Bosneger

Gisteren was ik een der slaven van blanken heer
Vandaag vrij, altijd vrij
Niet lang zei men, verdoemde ruggen
En alles is nu van mij, van mij
Bossen, lucht, bloemen en planten, van mij
Voor mij, hoort gij, voor mij, voor mij!

Mijn rug draagt dikke gedroogde striemen
Ze kronkelen als slangen om en om en om
Mijn borst heeft nog ’t merk,
De naam van de verwaten blanke
Thans adem ik vrijheid.
Het bos, de maan en de sterren zijn voor ons
Voor ons, luistert voor ons, voor ons!

Ik heb een vrouw, ik vond haar in ’t woud.
Ze heeft wollig zwart kroesend haar
En een rode lendedoek die haar schone lichaam siert.
Geen ketenen aan benen of haar hart
Gebroken boeien van slaaf of smart
Want woud, moeras en wild zijn voor haar
Voor haar, hoort ge, voor haar!

Eerdaags komt een klein, mollig zwartje nog
Met kleine handjes, melktandjes, ebbenhouten kleur
En als hij met een vlugge kikker speelt
Tussen leliën, lianen, kreupelhout vol geur
Krijgt hij van mij een speer, een pijl en boog
Dan zijn oerbos, lucht, bloemen en de zon voor hem
Voor hem, voor hem, hoort ge, voor hem!

Anton de Kom (1898 – 1945)


– Boeken van Anton de Kom –


Over het gedicht

De Surinaamse schrijver Anton de Kom werd vooral beroemd door zijn boek Wij slaven van Suriname uit 1934, maar daarnaast schreef hij ook gedichten. Echter de gedichten van Anton de Kom verschenen pas voor het eerst in boekvorm in 1969 in de bundel Strijden ga ik. Bovenstaande gedicht komt ook uit deze bundel.

Behalve schrijver was Anton de Kom ook een activist die streed tegen koloniale overheersing. Zelf zou hij de onafhankelijk van Suriname in 1975 niet meer meemaken, want Anton de Kom overleed in 1945 in een Duits concentratiekamp.


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: