Gedicht Els van Stalborch: noodkreet van de oceanen


Dit is een noodkreet van de oceanen,
wij slaan alarm, het water staat ons
aan de lippen, wij zijn vervuild,
verzuurd, verhit.

De wezens die in onze boezem leven,
zo raadselend veelkleurig en
schitterend van vorm, worden
bedreigd en sterven uit.

De zeven zeeën vol van wonder
vervullen de aarde en al wat leeft,
kleuren blauw in zwarte leegte,
nog even en zij kleuren grauw.

Nog even en woedende golven
razen over de verhitte aarde,
vervagen grenzen en de mens,
de mens een vraag.

Dit is een oproep aan de mens
laat ons niet sterven, laat je
kind geen dode zeeën erven
er is geen weg terug.

Els van Stalborch


Over het gedicht

Toen Els van Stalborch ons vroeg of wij dit gedicht van haar wilden publiceren, waren wij zeer verheugd. Wij vinden het namelijk een prachtig gedicht. Niet alleen is het een relevant en urgent gedicht in deze tijd van klimaatverandering, maar de wijze waarop Els van Stalborch de poëtische gereedschapskist inzet, toont ook een groot vakmanschap.

Al in de eerste strofe ontdekken wij drie verschillende stijlfiguren: personificatie (de dichter laat de oceanen spreken), woordspel (“het water staat ons aan de lippen“) en alliteratie (“vervuild, verzuurd, verhit“). Els van Stalborch gebruikt deze stijlfiguren om haar boodschap kracht bij te zetten. En het werkt! Het is een krachtig en overtuigend gedicht.


Gerelateerd: