Gedicht Henriette Roland Holst – Sonnet III


III

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ‘t eind – dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zo ‘t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de grote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle tederheden ruisen horen
als in kleine schelpen de grote zee.
Liefde is de zin van ‘t leven der planeten,
en mense’ en diere’. Er is niets wat kan storen
‘t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

Henriette Roland Holst (1869 – 1952)


Over het gedicht

Bovenstaande gedicht van Henriette Roland Holst verscheen voor het eerst in de bundel Verzonken grenzen uit 1918. In deze bundel maakt het gedicht onderdeel uit van een serie van 15 sonnetten. Het zijn optimistische en hoopvolle gedichten. Alsof de dichter aanvoelde dat de wereld behoefte had aan wat hoopvolle energie na de vreselijke slachting van de Eerste Wereldoorlog.


Gerelateerd: