Gedicht Jolies Heij: Vrouw tot thuisloze minnaar


Vrouw tot thuisloze minnaar

Liefste, gisteren nog was ik bij je huis, maar de drempel
over, nee. Onze liefde kent geen thuiskomen in de dingen
die dagelijks sluimerend ademen. Geen pleisterplaats, geen
plek om te staan, te zitten of te liggen. Het ontheemde

is als een gedragen jas, afgedankt door het moment. Een
dak enkel een belofte tegen regen en een muur een raam op
uitzichtloosheid. Ik was bij je huis en je leek verder weg
dan ooit. Dit zijn jouw paden, jouw tuinen, jouw plassen,

jouw krekels, overal kan ik je voetstappen oprapen en je ogen
met het panorama laten meedraaien. We zien hetzelfde,
maar niet op hetzelfde ogenblik. Altijd is er de interval
en het tijdsverschil van de meetbare afstand. Ons huis is

onbemeten, niet eens een luchtkasteel, daar waar herkenning
begint en knechting eindigt. Vanaf de dijk keek ik naar
jouw ondergaande zon. Wist weer hoe ik hier kwam, dat jij
zwervend bent en ik degene met het trouwhartige kompas.

Jolies Heij, 23 juli 2021


POËZIE koop je bij BOL.COM


Over het gedicht

Dichter Jolies Heij werkt aan een serie gedichten met titels als ‘Vrouw aan minnaar op sokken’, ‘Vrouw tot wandelende minnaar’, ‘Vrouw tot nog niet vergeelde minnaar’ en ‘Vrouw verbolgen tot minnaar’. Bovenstaand gedicht hoort thuis in deze serie.


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: