Gedicht van De Schoolmeester: Aan de poëzy


Aan de poëzy

Steel nog eens het hart my binnen,
Lieve zucht tot rijmlary!
Dat m’uw komst een heilbô zij.
Sil mijn zorg en streel mijn zinnen,
Lieve kunst,
Verleen me uw gunst.

‘k Wil van hoogheid niet gewagen;
’t Needrigst is my hoog genoeg.
Wat ook adren van u vragen,
Niets zoo klein als ’t geen ik vroeg.

Laat my onder bloemen spelen,
Die in stille schaduw staan;
Doe my ’t needrigst liedtjen kweelen;
’t Needrigst lied staat best my aan.

Lieve kunst,
O schenk m’uw gunst.

Bron:
G. van der Linde, 1975, Gedichten van Den Schoolmeester, Den Haag: Uitgeverij Kruseman


Over het gedicht

Van der Linde spreekt hier de kunst van de poëzie als een personificatie aan.

Daarnaast is het gebruik van knittelvers in dit gedicht erg zichtbaar. Dit houdt in dat Van der Linde in het gedicht geen rijmschema of metrum aanhoudt.


Gerelateerd


 


AANMELDEN NIEUWSBRIEF

De nieuwsbrief van Poëzie verrijkt het leven gaat over dichters, gedichten, poëzietermen en andere poëziegerelateerde zaken.