Gedicht van Slauerhoff


Tot mijn erfgenaam

Volg niet den leergang van de philosofen,
Dit leidt tot ledigheid. En godsdienststichters
Zijn loochenaars. Geniet van schoone strophen,
Maar schuw het leeg gezelschap van hun dichters.

Waarlijk, al deze lieden zijn gelijk;
Zij kunnen over werelden bevelen,
Bezitten paradijzen en kasteelen,
Maar niet op aarde. Stierf één hunner rijk?

Niet dat 'k hun invloed vrees: gij zijt mijn zoon.
Toch konden ze u begoochelen; zij schermen
Met woorden, zij bewijzen: vogelzwermen
Zijn schooner dan een landgoed of een kroon.

Denk niet Gods liefste engel is een vrouw:
Was zij Zijn liefste, Hij zou haar niet zenden.
Zweer haar in dronken nacht geen eeuwge trouw,
Gij zoudt uw eed den andren morgen schenden.

Houd haar niet langer dan zij u behaagt;
Dus tot geen bond geboeid, geen sleur besloten.
Grijp het geluk, en wordt gij weggevaagd,
Dan zij uw laatste zucht: "Genoeg genoten."

J. Slauerhoff (1898 - 1936)


Over het gedicht

Het gedicht Tot mijn erfgenaam van J. Slauerhoff is het openingsgedicht van de bundel Serenade die voor het eerst verscheen in 1930. In deze bundel staan meer gedichten die over poëzie gaan waaronder het beroemde gedicht Woninglooze. Andere thema's die in deze bundel aan bod komen zijn onder andere de liefde, erotiek, melancholie, de dood en enkele sprookjesachtige gedichten voor kinderen.

 

LEESTIP:
Verzamelde gedichten
Alle gedichten van J. Slauerhoff in één handzame bundel.