Paasgedicht van Guido Gezelle

Oostermaand1

Slaapt gij nog, gedaagde kruinen
van de onzochte doorentuinen2;
  slaapt gij nog, en weet gij niet
  dat de ontwekte zonne u ziet?

Dat alreê de dagen langen
zichtbaar, en de stralen strangen3
  van de lente? Ontwekt, welaan,
  doornen, en wilt wakker staan!

Onlangs nog, met sneeuw doorschoten,
hebt gij, naast uw’s stamgenoten,
  weken lang den tijd verbeid,
  vaste in uwe onroerbaarheid

Tijd is ‘t om den dag te groeten:
‘t Oosten blinkt, en wakker moeten
  al die zonne- en zomerglans
  schuldig zijn hun’ liefde, thans.

Doorentuin dan, botten open:
los, uw’ dichte looverknopen;
  los, uw zilveren reukallaam4;
  los, uw sneeuwwit blommenkraam!

Ei, ‘t en baat niet dat uw’ leden,
zwellende uit van vruchtbaarheden,
  drinken ‘t zog der aarde, en bloot
  laten heuren moederschoot!

Blâren moet ge en blommen schieten,
vol de vaten ommegieten
  uwer zalven, en voortaan,
  hagedoornen, bloeien gaan!

Slaapt gij nog? De zangermonden,
zullende uwen lof verkonden
  zoo gij wakker wordt, ze slaan
  reeds hun liefste leisen5 aan!

Slaapt gij nog? De dichters dragen
droevig, dorre doorenhagen,
  het geheugen, lang verbeid,
  van uw’ zomerschoonigheid!

‘t Water zucht, de blauwe lochten,
de aarde dreunt, vol minnetochten:
  alles, alles wenscht om… och,
  doorenhagen, slaapt gij nog?

Guido Gezelle, 7 februari 1893

Noten:
1. Paasmaand (d.w.z. april)
2. Haag
3. Sterker worden
4. Reukvaten
5. Liederen

Bron:
Guido Gezelle, 1953, Gedichten, Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij Het Spectrum


Over het gedicht

Bovenstaande gedicht van Guido Gezelle gaat zowel over de komst van de lente als over de komst van het paasfeest. Verwijzingen naar het paasfeest vind je in o.a. in de verwijzing naar doornen (Jezus droeg een doornenkroon toen hij aan het kruis werd genageld).


Gerelateerd:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF

De nieuwsbrief van Poëzie verrijkt het leven gaat over dichters, gedichten, poëzietermen en andere poëziegerelateerde zaken.