Sonnet van Martinus Nijhoff: De moeder de vrouw


De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Martinus Nijhoff (1894 – 1953)

Bron:
Martinus Nijhoff, 1934, Nieuwe gedichten, Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam


Over het gedicht

Dit gedicht gaat over de wijlen moeder van Martinus Nijhoff. Het is één van bekendste gedichten die hij heeft geschreven.

De brug van Bommel die in dit gedicht voorkomt is in 1996 vervangen en vernoemd naar Nijhoff.

Het gedicht is een sonnet.


Gerelateerd:


 


AANMELDEN NIEUWSBRIEF

De nieuwsbrief van Poëzie verrijkt het leven gaat over dichters, gedichten, poëzietermen en andere poëziegerelateerde zaken.