Sonnet van Michel van der Plas


Waar is God gebleven, o tussen welke
melkwegen vervluchtigd, naar welk ver lied
gereisd. Lichtjaren missen hem al, elke
luchtstreek ligt wakker van eender verdriet.

En waar zijn mijn engelen heen, de vleugels
die hem met hun huiver voorspelden. Of
zijn zij ook in die nacht gestorven, leugens,
uiteengestoven licht, versmoorde lof.

IJl, ijl, alles is ijl, alleengelaten.
Het ene geslacht gaat, het andere komt.
Zoon en vader, onmondig en verstomd.
Hoe leer ik deze leegte ooit volpraten.
Alsof ik het wist en verklaren kon:
Geen engelen, geen nieuws onder de zon.

Michel van der Plas (1927 – 2013)


Over het gedicht

Michel van der Plas heeft zich vaak zondig gevoeld in zijn leven, dat woog voor hem zwaar. In bovenstaand sonnet legt hij zich erbij neer dat hij door God verlaten is en dat er geen engelen bestaan. Hierbij voelt hij een leegte. Een universeel thema voor een gedicht welke thematiek vaak terugkomt in veel levens.


Bronvermelding:
Bovenstaande gedicht van Michel van der Plas hebben wij overgenomen uit de bundel:

  • Michel van der Plas, 1994, De oevers bekennen kleur, Amsterdam: Anthos/Lannoo

AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: