Sportgedicht van Paul Snoek

Een zwemmer is een ruiter

Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.

Ik moet bekennen dat ik gek ben van het water.
Want in het water adem ik water, in het water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.

Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.

Paul Snoek (1960)


Over het gedicht

Bovenstaande gedicht van Paul Snoek (1933–1981) is een van de weinige sportgedichten die een weg hebben weten te vinden naar het bekende naslagwerk Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten. Zelfs het beroemde gedicht Mont Ventoux van Jan Kal staat niet in deze vuistdikke bloemlezing van Gerrit Komrij.


Gerelateerd:


AANMELDEN NIEUWSBRIEF