Wat is een woordspeling?

Een woordspeling is een stijlfiguur waarbij een woord of zinsnede zo is geplaatst dat deze een dubbele betekenis kan hebben met meestal een komisch effect als resultaat.

Toelichting definitie woordspeling

Wat wij bedoelen met woordspeling wordt wellicht het beste duidelijk aan de hand van enkele voorbeelden. Als eerste citeren wij een subtielkomische haiku van de Vlaamse haikudichter Luk Gybels:

brood op de plank
het roodborstje pikt het niet
menig musje wel

De plek met woordspeling hebben wij hier vet gemaakt. De regel 'het roodborstje pikt het niet' kan hier namelijk twee betekenissen hebben:

  1. het roodborstje eet het brood niet
  2. het roodborstje is het er niet mee eens

TIP: Dichten doe je zo
Wil jij leren goede gedichten te schrijven? Dan is Dichten doe je zo een absolute aanrader.

Het gebruiken van woordspelingen in gedichten is overigens niet iets nieuws. Om dit te illustreren citeren wij hier een light verse-gedicht van de 17e eeuwse dichter Constantijn Huygens:

Een dokter kreeg krakeel met een jong advocaat
wie toekwam voor te gaan aan tafel en op straat.
Een derde scheidde ’t schil, en vroeg, om bei te vangen:
Wie gaat er voor, de beul, of de dief die gaat hangen?
Ze riepen bei: de dief. Wel, zei hij, zo is ’t klaar:
heer advocaat, ga voor, heer dokter, volgt gij naar.

Constantijn Huygens (1596 – 1687)

De dichter speelt hier met de letterlijke en figuurlijke betekenissen van 'beul' en 'dief'.

Ten slotte moeten wij hier nog aangeven dat een woordspeling niet altijd een komisch effect hoeft te hebben. Soms gebruikt een dichter een woordspeling om een diepere betekenis in een gedicht aan te brengen. Een voorbeeld hiervan vinden wij in het volgende sonnet van de 17e eeuwse dichter P.C. Hooft:

Gezwinde grijsaard die op wakk’re wieken staag
de dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken
altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken,
doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht bij daag;

onachterhaalb’re Tijd, wiens hete honger graag
verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken,
en keert en wendt en stort staten en koninkrijken,
voor iedereen te snel: hoe valt gij mij zo traag?

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijf ik met mishagen
de schoorvoetige tijd, en tob de lange dagen
met arbeid avondwaards. Uw afzijn valt te bang

en mijn verlangen kan den Tijdgod niet bewegen,
maar ’t schijnt verlangen daar zijn naam van heeft gekregen,
dat ik de tijd, die ik verkorten wil, verlang.

P.C. Hooft (1581 - 1647)

In de zeventiende eeuw kon de term verlangen twee betekenis hebben:

  • begeren
  • langer maken

Deze twee betekenissen van verlangen zijn ook nauw aan elkaar verwant (zie lemma verlangen op etymologiebank.nl). De dubbele betekenis van verlangen is ook de essentie van dit gedicht: omdat de dichter zo erg naar zijn geliefde verlangt, lijkt de tijd langer te duren.


AANMELDEN NIEUWSBRIEF


Gerelateerd: